01
De zes dimensies
Elke AI-tool krijgt een score van 0 tot 5 op zes eigenschappen. Samen vormen die het profiel van de tool — en met dezelfde zes vragen beschrijf je ook je eigen taak. Let op het onderscheid tussen de eerste twee: deterministisch gaat over het proces (verloopt het elke keer hetzelfde?), generatief over het product (ontstaat er nieuwe inhoud?). Een workflow die elke maandag een samenvatting mailt scoort dus hoog op allebei.
Deterministisch
Verloopt het elke keer hetzelfde?
Meet de reproduceerbaarheid van het
proces. Geeft dezelfde invoer dezelfde stappen en dezelfde soort uitvoer, of varieert het per keer?
0 Elke run verloopt anders; de uitkomst is niet te voorspellen
5 Vaste stappen; identieke invoer geeft gegarandeerd hetzelfde resultaat
Generatief
Ontstaat er inhoud die er nog niet was?
Meet of het systeem nieuwe inhoud
produceert, tegenover het ophalen, filteren of verplaatsen van wat er al is.
0 Haalt op, sorteert of verplaatst bestaande inhoud
5 De output is volledig nieuw gemaakte inhoud
Creatief
Doen toon, vorm en originaliteit ertoe?
Meet de
kwaliteitseis aan wat er gemaakt wordt. Is er één juiste vorm, of is de vorm zélf het product?
0 Eén juiste vorm; stijl is irrelevant
5 Toon, vorm en originaliteit bepalen of het goed is
Autonomie
Hoeveel toezicht is nodig tijdens de uitvoering?
Meet of jij erbij moet blijven. Dit is
niet hetzelfde als vrijheid van handelen — een strak vastgelegde workflow scoort hier hoog, juist omdat er niemand naar hoeft te kijken.
0 Elke stap wordt door jou gestart en beoordeeld
5 Draait volledig onbeheerd door en levert zelf af
Taaklengte
Hoeveel stappen en hoeveel tijd omvat één opdracht?
Meet de omvang van wat je in één keer meegeeft. Een werkruimte waar je weken op terugkomt telt hier ook als lang, ook al is elke losse beurt kort.
0 Eén beurt, seconden, één bron
5 Tientallen stappen of meerdere sessies, meerdere bronnen
Agentisch
Komt het aan de buitenwereld?
Meet of het systeem zelf
handelt — mail versturen, een bestand plaatsen, een record wijzigen — tegenover alleen antwoord geven. Hier verschuift het van
"de AI zegt iets verkeerd" naar
"de AI doet iets verkeerd".
0 Geeft alleen antwoord; jij voert uit
5 Handelt zelfstandig in systemen, met gevolgen buiten het gesprek
Het onderscheid dat het vaakst misgaat: autonomie en agentisch klinken hetzelfde maar meten iets anders. Autonomie = hoeveel toezicht tijdens het werk. Agentisch = of het resultaat de buitenwereld raakt. Een tool kan hoog autonoom zijn en toch niets doen, of laag autonoom en wel degelijk handelen.
↑ Terug naar boven
02
De scores
Zes tools, zes dimensies. Dit is de bron onder alles wat hierna komt.
| Tool | Deterministisch | Generatief | Creatief |
Autonomie | Taaklengte | Agentisch |
↑ Terug naar boven
03
De profielen
Dezelfde zes assen in dezelfde volgorde, zodat de vormen onderling vergelijkbaar zijn. Let op de vorm, niet op de oppervlakte — een grote vlek is niet "beter", alleen breder inzetbaar en daarmee ook lastiger te besturen.
↑ Terug naar boven
04
Wat wil je doen?
Twee vragen die je over je eigen taak kunt beantwoorden voordat je weet welke tool je pakt. Horizontaal: wat moet eruit komen. Verticaal: hoeveel geef je uit handen. De grootte van de stip is de zesde dimensie — hoe groter, hoe deterministischer, hoe vaster het pad dus ligt.
Chat en Notebooks staan op exact dezelfde horizontale positie. Dat is bewust: er komt hetzelfde soort nieuwe inhoud uit. Het verschil is verticaal, en dat komt volledig uit taaklengte — Notebooks loopt weken door, Chat is één sessie. Wie de twee uit elkaar wil houden, kijkt dus naar de looptijd van de klus, niet naar wat eruit komt.
En let op wat er leeg blijft: geen van deze zes tools valt in Opzoeken. Puur ophalen zonder er iets van te maken bestaat in het huidige aanbod niet meer — zelfs de meest gegronde tool schrijft een antwoord voor je.
↑ Terug naar boven